Is het eigenlijk 'Biddinghuizers' of 'Biddinghuizenaren'?
Zaterdag 14 maart 2020BIDDINGHUIZEN - Na het vrijdag verschenen bericht op BHZNet.nl over de lege winkelschappen, ontvingen wij bericht van één van onze bezoekers met de vraag: klopt de titel van dat bericht wel? In de titel staat "Ook Biddinghuizers slaan meer in dan gemiddeld", maar moet dit niet "Biddinghuizenaren" zijn? Goede vraag. Wij hebben hier tot op heden geen vaste lijn in aangehouden, omdat we altijd al beide vormen hebben gebruikt. Tijd voor een keuze.
De vraag was er in het verleden, afkomstig van een andere BHZNet-bezoeker, al eerder: moet het niet 'Biddinghuizenaar' zijn? Voor de één voelen beide vormen prima, maar voor de ander voelt één van de twee taalkundig totaal onnatuurlijk. Een kijkje op het fenomeen. Op school leerde je al over de uitzonderingen. Iemand uit Moskou heet bijvoorbeeld een Moskoviet (Moskouer mag ook), een inwoner van het Belgische Ieper kan als Ieperling worden aangeduid. Iemand uit Venlo kan zelfs als Venloër, Venlonaar of Venloënaar worden aangeduid (bron: verzamelde website). Namen veranderen ook: Irakezen of Pakistanen gaan steeds vaker door het leven als Iraki en Pakistani. Japannees heeft zelfs een negatieve connotatie en moet toch vooral 'Japanner' blijven. Vormen kunnen ook iets verschillends betekeken. Hagenaren en Hagenezen zijn beide inwoners van Den Haag, maar vertegenwoordigen totaal verschillende bevolkingsgroepen.
Biddinghuizen
Maar hoe zit het nu in ons eigen dorp? Over de adjectieve vorm is eigenlijk geen discussie: daar wordt Biddinghuizer het meest gebruikt. 'De Biddinghuizer gemeenschap', 'Biddinghuizer kruidenbitter' en 'het Biddinghuizer dorpslogo' (al zal de vorm 'Biddinghuizens' ook te verdedigen zijn en gebruikt worden). De inwonernaam is lastiger. In de dorpen om ons heen zijn verschillende vormen in gebruik. Drontenaren, Swifterbanters (in spreektaal ook 'Swifterbanders'), Zeewoldenaren, Lelystedelingen en Almeerders. Dus 'Biddinghuizenaar' voelt goed in dat rijtje. Maar aan de andere kant van het water gaat het over Harderwijkers (Harderwiekers), Doornspijkers, Nunspeters, Elburgers, Kampers (of Kampenaren) en Oldebroekers... Dus toch maar 'Biddinghuizers'?
Huizen
Om de discussie nog wat lastiger te maken, kunnen we ons ook vergelijken met vergerlijkbare plaatsnamen. Het blijkt dat inwoners van Enkhuizen 'Enkhuizers' genoemd worden, maar ook 'Enkhuizenaren' komt voor. Een inwoner van Huizen heet 'Huizer' of 'Huizenaar' (en het adjectief is Huizens of Huizer). Voor Zevenhuizen lijkt 'Zevenhuizenaar' het meest voor te komen, maar 'Zevenhuizer' wordt ook gebruikt. Oppenhuizenaren zijn niet digitaal te vinden, maar Oppenhuizers wel.
Taal vormt zich
De definitie van taal is dat uiteindelijk de tijd bepaalt. Hoe tenenkrommend velen bijvoorbeeld de zin 'wie wilt er iets drinken' vinden, in plaats van het correcte 'wie wil', dit wordt ondertussen zoveel gebruikt, dat het uiteindelijk standaardtaal kan worden. En 'Biddinghuizenaar' of 'Biddinghuizer'? Ofwel één van de twee wordt het vaakst gebruikt en verdringt de andere, ofwel beide blijven door elkaar gebruikt, ofwel er ontstaat ooit een totaal nieuwe vorm.
Alles op een rij gezet hebbende, neigen wij ernaar om net als andere media een eigen stijlboek te gaan opstellen. Het eerste woord hierin wordt dan wat ons betreft: 'Biddinghuizenaar' - inwoner van Biddinghuizen. Of zou het uiteindelijk toch 'Biddinghuizer' worden?
Redactie BHZNet.nl